Verbindend communiceren

Als je met zelfempathie helder hebt wat er in jou speelt, komt de volgende stap: dit op een open en duidelijke manier delen met de ander. Eerlijk uiten betekent dat je zegt wat je hebt gezien, wat je voelt en nodig hebt, en welk verzoek je hebt – zonder de ander aan te vallen of jezelf weg te cijferen.​

  • Van binnen naar buiten

    • Je vertrekt niet vanuit “jij doet altijd…” maar vanuit je eigen beleving. De vier bouwstenen helpen hierbij:

      • wat je concreet waarnam;

      • welk gevoel dat bij jou oproept;

      • welke behoefte daaronder zit;

      • welke concrete vraag je hebt.

    • Zo wordt jouw boodschap duidelijk en persoonlijk, in plaats van verwijtend of vaag.​

  • Waarom dit “giraffentaal” is

    • De giraf richt zich op gevoelens en behoeften – bij zichzelf én bij de ander – en wil verbinden. In plaats van te eisen, doet hij een verzoek waar de ander vrij op kan antwoorden. Dat vraagt moed: je stelt je kwetsbaar op en loopt het risico dat de ander nee zegt.​

    • Toch vergroot deze manier van spreken de kans dat de ander je echt kan horen. Je deelt wat er voor jou op het spel staat, zonder de ander als boosdoener neer te zetten.

  • Voorbeeld in het dagelijks leven

    • Jakhalstaal: “Je laat altijd overal troep liggen, je denkt zeker dat je hier alleen woont!”

    • Giraffentaal: “Als ik je schoenen in de gang zie, je jas op de zetel en je boekentas op de tafel, voel ik me moe en ontmoedigd, omdat zorg voor het huis belangrijk voor mij is en ik behoefte heb aan steun. Zou je je spullen willen opruimen?”​

    • In beide gevallen gaat het om dezelfde situatie, maar de tweede versie maakt zichtbaar wat jij voelt en nodig hebt, en nodigt de ander uit tot samenwerking.

Denk aan een concrete situatie waarin je meestal jakhals-taal gebruikt.

  • Hoe zou dezelfde boodschap klinken als je ze in vier bouwstenen uitdrukt (waarneming – gevoel – behoefte – verzoek)?

In de volgende les verschuift de aandacht van spreken naar luisteren: hoe kan je met giraf-oren naar de ander luisteren, zodat ook diens gevoelens en behoeften een plek krijgen in het gesprek?​