Bij deze eerste stap probeer je zo precies mogelijk te benoemen wat er gebeurt, alsof je een camera bent die enkel registreert wat er te zien en te horen is. Je blijft bij concrete feiten in plaats van meteen jouw eigen interpretatie, mening of oordeel er bovenop te leggen.
Waarom is dat zo belangrijk? Hoe concreter en beschrijvender je bent, hoe groter de kans dat de ander het herkent als “ja, zo is het inderdaad gebeurd”. Zo ontstaat een gedeeld vertrekpunt om verder in gesprek te gaan. Zodra er al een oordeel of label in je beschrijving sluipt, hoort de ander vaak snel kritiek, waardoor die sneller in de verdediging schiet.
Verbindende communicatie doet niet alsof mensen geen oordelen meer hebben. Oordelen is menselijk en zal altijd blijven gebeuren. De uitnodiging is wél om duidelijk onderscheid te leren maken tussen wat je effectief gezien/gehoord hebt en hoe jij dat invult of beoordeelt. Je hoeft jezelf dus niet te veroordelen omdat je oordeelt; het gaat erom dat je je er bewust van wordt en oefent om de “ruwe waarneming” te scheiden van je interpretaties.
