In deze les krijg je een hulpmiddel om de vorige lessen concreet toe te passen. Het overzicht hieronder helpt je om woorden te vinden voor wat je voelt én wat je nodig hebt. Gebruik de kaart bij echte situaties: eerst zoeken naar je gevoel, daarna naar de onderliggende behoefte.
|
Gevoelens – als je behoeften niet ingevuld zijn |
– Bang: angstig, onzeker, ongerust, gespannen, in paniek, bezorgd. |
|
Gevoelens – als je behoeften wél ingevuld zijn |
– Rustig: kalm, ontspannen, op mijn gemak, gerust, veilig. |
|
Behoeften – verbinding en veiligheid |
– Verbinding: contact, nabijheid, vertrouwen, erkenning, erbij horen, samenhorigheid. |
|
Behoeften – autonomie, groei en welzijn |
– Autonomie en vrijheid: keuze, ruimte, zelfstandigheid, invloed kunnen uitoefenen. |
In de volgende lessen gaan we verder met de volgende bouwstenen van verbindende communicatie. Deze kaart blijft een extra hulpmiddel waar je zelf naar kan teruggrijpen wanneer je je gevoelens en behoeften wil verhelderen.
