Course Content
Module 1: Wat is politisering?
Deze module laat jongeren en jeugdwerkers kennismaken met het begrip politisering. Wat betekent het écht? Waarom is het belangrijk in jeugdwerk? En welke misverstanden leven er rond het woord?
0/4
Module 2: Politiserend werken in de praktijk
Je ontdekt hoe je politisering concreet vormgeeft in je jeugdwerkpraktijk aan de hand van vier strategieën uit het praktijkboek Get Up, Stand Up.
0/5
Module 3: Politisering als structurele aanpak
Je leert hoe politisering verder gaat dan eenmalige acties. Je ontdekt hoe jeugdwerk structureel kan inzetten op verandering, beleid kan beïnvloeden en jongeren kan versterken als burgers.
0/5
Politiseren in het jeugdwerk

Wat zijn de bouwstenen van politisering?

In politiserend jeugdwerk werk je rond drie inhoudelijke pijlers. Deze bouwstenen vormen de kern van politisering — het zijn de fundamentele schakels in het proces waarbij jongeren maatschappelijke onrechtvaardigheid leren herkennen, begrijpen en eventueel aanpakken.

1. De ervaring van onrecht zichtbaar maken
➤ Politisering begint bij de leefwereld van jongeren. Jeugdwerkers nemen ervaringen van onrecht ernstig en geven er ruimte aan.
➤ Bijvoorbeeld: racisme, uitsluiting op school, armoede, discriminatie, etc.
➤ Door deze ervaringen te benoemen, krijgen jongeren erkenning.

2. Begrip en analyse ontwikkelen
➤ Je helpt jongeren inzicht te krijgen in waar het onrecht vandaan komt.
➤ Dat doe je door vragen te stellen, verbanden te leggen, of structuren uit te tekenen.
➤ Dit versterkt het kritische denken.

3. Verbeelden en actie ondernemen
➤ Jongeren worden ondersteund om iets te ondernemen of alternatieven te verbeelden.
➤ Dat kan een artistieke actie zijn, een gesprek met beleidsmakers, of een eigen initiatief.
➤ Ook kleine stappen en het delen van een verhaal zijn al vormen van actie.

🎯 Deze drie bouwstenen kunnen in elk jeugdwerktraject een plaats krijgen. Ze hoeven niet chronologisch te verlopen. Soms begin je bij actie, en volgt de analyse pas later.

“Politisering gebeurt als jongeren voelen dat hun ervaring telt, dat ze mogen begrijpen, en dat ze iets mogen veranderen.”

Reflectievraag:

Denk aan een moment waarop jij of iemand in je werking onrecht ervaarde.

  • Werd dat onrecht zichtbaar gemaakt?

  • Werd het samen geanalyseerd?

  • Is er iets mee gedaan, of had dat gekund?

Exercise Files
_Invulfiche –Reflectievraag (3).pdf
Size: 31.08 KB